Case

Biotech Campus Delft: Hoe Zuid-Holland de eiwittransitie versnelt

Biotech Campus Delft: Hoe Zuid-Holland de eiwittransitie versnelt

Het probleem: de wereld heeft een nieuwe fabriek nodig

Stel je een fabriek voor die geen fossiele grondstoffen verbruikt, geen vervuiling uitstoot, en toch medicijnen, voedsel en materialen maakt. Die fabriek bestaat al. Ze is microscopisch klein en levend: een micro-organisme. Bacteriën, gisten en schimmels kunnen, met een klein duwtje in de juiste richting, precies de stoffen produceren die wij nu nog uit dieren, planten of olie halen.

Dat is hard nodig. De manier waarop we vandaag eiwitten, medicijnen en materialen produceren, kost te veel land, te veel water en te veel fossiele grondstoffen. Als jouw bedrijf, gemeente of regio op zoek is naar antwoorden op de eiwittransitie, grondstofschaarste of duurzame productie, dan is de kans groot dat het antwoord al ergens in een bioreactor in Delft wordt gebrewen.

Er zijn maar weinig plekken ter wereld waar wetenschappers, gevestigde industrie en overheid zo dicht op elkaar zitten als op de Biotech Campus Delft.

Chantal Soto Rosales

Communicatieadviseur

De aanpak: een ecosysteem, geen los project

In Delft ligt de Biotech Campus Delft, een terrein van 40 hectare middenin de Randstad waar zo’n 1.200 mensen, verdeeld over 34 bedrijven, dagelijks werken aan het ontwikkelen en opschalen van biobased innovaties. Van eenpersoons-startups tot internationale spelers: iedereen zit hier letterlijk naast elkaar.

Het kloppend hart van die campus is Planet B.io, een open innovatie-ecosysteem waar de provincie Zuid-Holland medeoprichter van is, samen met dsm-firmenich, TU Delft, de gemeente Delft, InnovationQuarter en a.s.r. Dutch Science Park Fund. Dit is precies waar de triple helix, overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven, in de praktijk werkt in plaats van op papier blijft. Planet B.io biedt bedrijven labs, kantoren en toegang tot een groeiend netwerk van experts op het gebied van technologie én commercialisatie. En dat netwerk reikt verder dan Delft alleen: het verbindt bedrijven aan kenniscentra, investeerders en beleidsmakers in heel Zuid-Holland en daarbuiten.

De provincie doet meer dan meefinancieren. Ze zorgt voor continuïteit door langdurige betrokkenheid, laat haar beleid aansluiten op wat er in het ecosysteem gebeurt, en brengt partijen samen die elkaar anders misschien nooit hadden gevonden. Dat vertaalt zich ook naar Protein Port, een lopend initiatief van de provincie, Planet B.io en InnovationQuarter dat zich specifiek richt op het versterken van het Zuid-Hollandse ecosysteem voor alternatieve eiwitten. Protein Port werkt tegelijk aan zes knoppen om aan te draaien: fermentatiefaciliteiten en infrastructuur, talent, regelgeving, marktacceptatie, financiering en samenwerking. Precies de knelpunten waar veel biotechbedrijven wereldwijd op vastlopen.

Het resultaat: van labidee naar product op de markt

De bewijzen liggen letterlijk op de campus. Veramaris maakt visolie op basis van algen, een duurzaam alternatief voor de visolie die anders uit wilde vis wordt gewonnen voor zalmvoer. Avansya produceert de zoetstof Stevia niet uit planten maar uit gistcellen, met minder land- en watergebruik als resultaat. Meatable werkt aan gekweekt vlees. En Delft Advanced Biorenewables (DAB) ontwikkelt bioreactortechnologie die de kosten van fermentatieprocessen op grote schaal drastisch verlaagt, een innovatie waar de hele sector van profiteert.

Ook het EGGcellent-project laat zien hoe snel het kan gaan: dit initiatief, dat werkt aan een veganistisch alternatief voor kippenei in de bakkerijindustrie, ontving een provinciale subsidie van bijna een miljoen euro om door te groeien. En dit is geen toevalstreffer. In 1984 produceerde het Delftse GistBrocades als eerste bedrijf ter wereld stremsel met genetisch aangepaste bakkersgist, een doorbraak die nog steeds als startpunt geldt van de moderne industriële biotech. Delft doet dit dus al meer dan veertig jaar, en de eerste gistfabriek van Nederland stond hier zelfs al in 1869. Wat op de Biotech Campus gebeurt, is dan ook geen startup-hype, maar het vervolg op anderhalve eeuw kennisopbouw.

In haar eigen woorden

Cindy Gerhardt, managing director van Planet B.io is al twintig jaar actief op de Biotech Campus Delft: “We hadden dit nooit kunnen opbouwen zonder de support van de provincie. En ik ben daarvoor onvoorstelbaar dankbaar.” De community helpen we door de juiste infrastructuur aan te bieden, maar ook door ze actief te ondersteunen in hun groei. Dat doen we door een groeiend netwerk van experts aan te bieden, zowel op gebied van technologie, als op gebied van commercialisatie.  Buiten Delft zijn we actief als versneller en verbinder, en koppelen we het bedrijfsleven aan bijv. kenniscentra, investeerders, beleidsmakers.

Over wat biotechnologie in de kern is: “De biologie heeft bijna 4 miljard jaar de tijd gehad om ontzettend sterke en ingenieuze oplossingen te vinden om zo efficiënt mogelijk te overleven. Als je die oplossingen beter gaat begrijpen, kun je daar als mensheid heel veel van leren.” Die toepassingen zijn verrassend breed. Op de Biotech Campus in Delft werken bedrijven aan melkeiwitten zonder koe, aan biologisch afbreekbaar plastic voor ziekenhuizen, aan duurzame brandstoffen en aan enzymen voor wasmiddelen. Wat ze gemeen hebben: ze gebruiken micro-organismen in bioreactoren in plaats van petroleum, kolenmijnen of vee.

Waarom je hier niet buiten wilt staan

Er zijn maar weinig plekken ter wereld waar wetenschappers, gevestigde industrie en overheid zo dicht op elkaar zitten als op de Biotech Campus Delft. Geen loket, geen los subsidiepotje, maar een écht werkend triple-helix-ecosysteem, met een provincie die al jaren meebeweegt en meebetaalt, niet als incidentele sponsor maar als vaste partner. Planet B.io laat zien wat er mogelijk is als overheid, wetenschap en bedrijfsleven samenwerken. Jonge startups, vaak afkomstig van de TU-Delft, maar ook steeds meer uit het buitenland, kunnen er terecht vanaf één bureau of delen een  lab. Grote bedrijven brengen hun kennis over opschaling en financiering in.. De provincie zorgt voor continuïteit en verbinding. En midden in dat ecosysteem bruist het van de ontmoetingen, de ideeën en de doorbraken.

Voor bedrijven betekent dat: geen jaren zoeken naar de juiste labpartner, financier of overheidscontact, maar meteen aanschuiven bij een community die dat al voor je heeft opgebouwd. Voor gemeenten en citymarketingorganisaties binnen de Zuid-Holland Alliantie is dit een verhaal dat direct standhoudt op het internationale toneel: een regio met anderhalve eeuw biotechgeschiedenis, tientallen groeiende bedrijven en een overheid die investeert voor de lange termijn. En voor investeerders en buitenlandse bedrijven (FDI) geldt simpel: de sector groeit hier sneller dan de ruimte kan bijbenen. Wie nu niet aanhaakt, kijkt over een paar jaar toe hoe anderen de doorbraken maken die hier al worden voorbereid.

De vraag is dus niet of de toekomst van biotech in Delft wordt gemaakt. Die wordt hier al gemaakt. De vraag is alleen: sta jij er straks bij, of moet je er later bij aansluiten?

Reacties

Laat een reactie achter.